Stageconcepten
Bij het ontwikkelen van een goede stage kunt u denken aan verschillende stagevormen. Dit is vaak afhankelijk van de soort werkzaamheden die u aanbiedt tijdens de stage. De volgende stageconcepten worden toegepast.
Snuffelstage
Een zeer korte stage waarbij leerlingen even een kijkje kunnen nemen in de keuken van het vrijwilligerswerk.
Bijvoorbeeld: een middagje helpen bij een bingomiddag in een verzorgingstehuis.
Actiedag of projectweek
Een stage van één of enkele dagen achtereen, waarbij leerlingen een afgebakende klus uitvoeren voor of binnen een organisatie. De opdracht sluit aan bij een project op school
Bijvoorbeeld: een inzamelactie opzetten voor een goed doel.
Blokstage
Een langere stage van meerdere aaneengesloten dagen.
Bijvoorbeeld: het ontwerpen van een nieuwe website voor een organisatie.
Lintstage
Een stage van meerdere, niet aaneengesloten dagdelen. De stage wordt binnen een afgebakende periode uitgevoerd. De stage is als een lint door deze periode heen.
Bijvoorbeeld: het wekelijks geven van sporttraining aan jeugdteams.
Estafettestage
Een stage waarbij de leerling een periode actief is als vrijwilliger en na een vast aantal uren of dagdelen het stokje overdraagt aan een andere leerling. Het is van belang dat deze goed wordt ingevuld. Dan is de continuiteit daarmee gewaarborgd voor de organisatie.
Bijvoorbeeld: het verzorgen van theerondes in een verzorgingstehuis.
Carrouselstage
Een groepje leerlingen bedenkt een leuke activiteit, bereidt deze voor en voert deze uit. Vervolgens doen ze dezelfde activiteit bij enkele andere organisaties. Bijvoorbeeld: het opzetten van dans-, muziek-, knutsel- en techniekworkshops in buurthuizen.



